Van losse contacten naar gedeelde verantwoordelijkheid – deel 2 serie ketenaanpakken

Wat veranderen de ketenaanpakken in de praktijk?

In deel 1 vertelden huisartsen Fenne Casteleijn en Loïse Jacz waarom samenwerking tussen medisch en sociaal domein geen keuze meer is. Zeker in wijken met grote gezondheidsverschillen is medische zorg alleen niet voldoende.

Maar wat verandert er concreet door de ketenaanpakken?

We spreken opnieuw met de huisartsen én met regiocoördinatoren Shirley Hooijmans (Welzijn op Recept / Sociaal Verwijzen) en Emma Dhaeze (Kansrijke Start).

“Ze geven houvast en richting”

Volgens Jacz zit de kracht van de ketenaanpakken in de gezamenlijke focus. “Dokters en social workers gaan uiteindelijk voor hetzelfde doel: iedereen in goede gezondheid krijgen én houden. De ketenaanpakken zorgen voor afbakening en richting. Ze geven houvast bij het bieden van gerichte zorg, omdat we werken vanuit één visie en één missie.”

In plaats van losse samenwerkingen rondom individuele casussen, ontstaat er een herkenbare structuur. Professionals weten beter wat ze van elkaar kunnen verwachten.

Casteleijn noemt het een “mooi palet”. “Belangrijke gezondheidsthema’s worden behapbaar en concreet gemaakt. Verschillende problematieken onder verschillende populaties komen aan de orde.”

De warme overdracht

Eén van de grootste winstpunten zit in de overdracht. Jacz vertelde in deel 1 al over een patiënt die niet naar het wijkcentrum durfde te gaan. Dat laat zien dat verwijzen alleen niet genoeg is. “De meerwaarde van de ketenaanpakken is dat een goede overdracht een gedeelde verantwoordelijkheid wordt. Dat als ik doorverwijs, de patiënt aan de andere kant wordt opgevangen. Of zelfs aan de hand wordt genomen om de ‘overkant’ te bereiken.”

Bij Welzijn op Recept is dat principe inmiddels herkenbaar. Hooijmans: “Welzijn op Recept biedt een helder proces om mensen met psychosociale klachten naar een welzijnsprofessional te verwijzen. Die neemt de patiënt, als dat nodig is, aan de hand mee tot er een passende oplossing is, en koppelt de voortgang terug aan de huisarts.”

Die terugkoppeling is cruciaal. Het versterkt vertrouwen tussen professionals én zorgt dat de huisarts betrokken blijft.

Eén centrale voordeur

Een andere belangrijke ontwikkeling is het creëren van overzicht.  Het sociaal domein is complex en verschilt per wijk. Dat maakt verwijzen voor huisartsen soms tijdrovend.

Hooijmans: “Op steeds meer plekken zie je één centraal punt voor casussen met een sociaal aspect. Van daaruit wordt gekeken waar in het sociaal domein iemand het beste geholpen kan worden.”

Dat verlaagt de drempel voor huisartsen én vergroot de kans dat inwoners daadwerkelijk passende ondersteuning krijgen.

Dhaeze benadrukt het belang van eenvoud: “Inwoners komen bij de huisarts met een veelheid aan vragen. Voor de huisarts is het belangrijk dat signaleren en doorverwijzen zo eenvoudig en laagdrempelig mogelijk wordt gemaakt.”

Elkaar kennen maakt het verschil

Toch draait het niet alleen om processen en loketten. Dhaeze: “Daarom brengen we verschillende deskundigen bij elkaar, zodat zij elkaar ontmoeten. In de ketenaanpak Kansrijke Start willen we trainingen organiseren waar zowel professionals uit het medisch als het sociaal domein aan deelnemen.”

Hooijmans vult aan: “Het vraagt ook regelmatig evalueren: verwijs ik als huisarts goed door, heeft de patiënt de juiste hulp ontvangen? Zo blijf je samen verbeteren.” Beide regiocoördinatoren benadrukken dat relatie en vertrouwen essentieel blijven. Een patiënt in vertrouwen overdragen, lukt makkelijker als professionals elkaar kennen.

Nog geen vanzelfsprekendheid

De ketenaanpakken maken samenwerking concreter en zichtbaarder. Maar vanzelfsprekend is het nog niet. Er is nog geen eenduidige infrastructuur. Verwijzen naar een medisch specialist is in enkele muisklikken geregeld; verwijzen naar het sociaal domein vraagt vaak nog kennis van het lokale landschap.

Toch zien alle betrokkenen de beweging. “Het is echt een transformatie waar we in zitten,” zegt Hooijmans. “Dat kost tijd.”

In deel 3 van deze serie kijken we naar wat er nog nodig is om deze samenwerking duurzaam te maken. Wat vraagt dit van financiering, ICT, verantwoordelijkheden en mandaat? En hoe komen we van goede voorbeelden naar structurele netwerkzorg?