In sommige Haagse wijken leven inwoners gemiddeld zes jaar korter dan in andere delen van de stad. Schulden, slechte huisvesting, stress, verslaving en psychiatrische problematiek hebben directe invloed op gezondheid en levensverwachting. In die realiteit werken huisartsen Fenne Casteleijn en Loïse Jacz dagelijks. Wat betekent dat voor hun werk? En waarom is samenwerking met het sociaal domein daar geen luxe, maar noodzaak?
“Ik was alleen maar brandjes aan het blussen.”
Huisarts Fenne Casteleijn stond op het punt haar dokterstas aan de wilgen te hangen. “Mijn grootste frustratie was dat ik brandjes aan het blussen was, maar de gezondheid van een persoon nooit echt verder bracht.” In wijken als Laakkwartier ziet zij vooral sociale problematiek terug op het spreekuur. “Op mijn spreekuur zie ik vooral sociale problematiek. Ik ben al blij als ik een keer een patiënt heb met alleen een schimmeltje.” De medische klacht is vaak slechts het topje van de ijsberg. Daaronder spelen schulden, stress, eenzaamheid of een instabiele thuissituatie. Problemen die je niet oplost met een recept.
Toch besloot Casteleijn haar vak niet op te geven. Als waarnemer in Laak maakte ze er haar missie van om de ‘hele mens’ te zien. “Iedereen in deze wijk staat met de neus dezelfde kant op. Die energie voel je. Het is een soort epicentrum om te innoveren en de samenwerking tussen domeinen te verbeteren.”
Praktijkoverstijgend werken
Ook huisarts Loïse Jacz zoekt bewust de verbinding buiten de spreekkamer. In Moerwijk en de Schilderswijk werkt zij praktijkoverstijgend om het medisch en sociaal domein bij elkaar te brengen. “Dokters en social workers gaan uiteindelijk voor hetzelfde doel: iedereen in goede gezondheid krijgen én houden.” Maar vanzelfsprekend is die samenwerking niet. De stap van de spreekkamer naar bijvoorbeeld een maatschappelijk werker lijkt logisch, maar blijkt in de praktijk complex.
Jacz vertelt over een recente verwijzing: “Laatst verwees ik een patiënt door naar een maatschappelijk werker in het wijkcentrum. De deur staat daar wagenwijd open, daar ligt het niet aan. Maar dat die patiënt niet gaat omdat ze bang is dat iedereen haar zal aanstaren als ze binnenstapt: daar had ik niet bij stilgestaan.”
De realiteit is weerbarstig. Een verwijzing is pas succesvol als iemand daadwerkelijk wordt opgevangen. “Als ik doorverwijs, moet de patiënt aan de andere kant worden opgevangen. Of zelfs aan de hand worden meegenomen om de ‘overkant’ te bereiken.”
Je kunt het niet alleen
Voor beide huisartsen is één ding helder: zonder samenwerking met het sociaal domein loop je vast. “Je móet hier als huisarts wel samenwerken met het sociaal domein,” zegt Casteleijn. “Anders krijg je het zelf weer terug op je bordje, of geef je geen goede zorg aan je patiënten.”
Als huisarts kun je schulden niet oplossen of een woning verbeteren. Maar je kunt wel toegang bieden tot gerichte hulp. “Of dat nu de gemeentelijke opruimdienst is voor een hoarder, de Wissel voor iemand met geldproblemen, of de buurtsportcoach als iemand meer moet bewegen.” De spreekkamer is daarmee een spiegel van de wijk. Wat daar binnenkomt, laat zien waar gezondheid onder druk staat, en waar samenwerking noodzakelijk is.
Meer dan goede wil
Beide huisartsen benadrukken dat de wil om samen te werken er is. Maar goede intenties alleen zijn niet genoeg. Het medisch en sociaal domein zijn nog te vaak gescheiden werelden. Waar een verwijzing naar een medisch specialist met enkele muisklikken geregeld is, vraagt samenwerking met het sociaal domein om tijd, kennis en eigen initiatief. “In het sociale domein zijn zoveel aanbieders. Die moet je allemaal kennen,” zegt Casteleijn. “En elke aanbieder moet je op een andere manier benaderen.”
Toch zien beide huisartsen ook beweging. “De ketenaanpakken zorgen voor afbakening en richting,” zegt Jacz. “Ze geven houvast bij het bieden van gerichte zorg, omdat we werken vanuit één visie en één missie.”
In deel 2 van deze serie kijken we hoe de ketenaanpakken in de praktijk helpen om samenwerking concreter en effectiever te maken. Wat verandert er echt? En waar zit de winst voor inwoners én professionals?
